|
|
Kerstmis 2004 - een klein kerstverhaaltje
Dennis Hissink : 25 december 2004 - 00:25 CET
|
|
|
Donker is het buiten, zeer donker. Mensen snellen door de koude om toch nog even die laatste kerstinkopen te doen. Een digitale camera hier, een geheugenkaartje daar, dat zijn zo de zaken die ook dit jaar weer onder de kerstboom te vinden zijn? Ook verwachtingsvolle uitspraken worden gehoord: "Zou het dit jaar eindelijk weer eens sneeuwen met kerst?" en: "Wanneer wordt het nu echt eens vrede op aarde?". Kerstmis is een tijd van bezinning, van bij jezelf komen, van het wonder van de geboorte van een onschuldig kind, dat eens een koning zou zijn. In de donkerste tijd van het jaar, is daar de hoop, de verwachting en het licht. Het LetsGoDigital Team wenst een ieder lichte en vrolijke kerstdagen toe!
|

De STER
Eenzaam liep ik door de besneeuwde straten.
Alleen was ik, zo jong nog en toch reeds alleen.
Mijn gedachten vielen over elkaar heen door de haast waarmee ze probeerden mijn aandacht te trekken.
Koud was het en ik huiverde ondanks m'n warme kleding.
Donker vond ik het, ja donker.
Nu pas besefte ik dat het duister van de nacht veel dieper was dan normaal.
Ik keek om me heen: nergens brandde een straatlantaarn, nergens zag ik licht door een kiertje van de gordijnen.
Ik liep verder en de duisternis wandelde mee.
Steeds verder liep ik, steeds maar verder.
Ik wist niet waarheen.
De stad liet ik achter me en ik kwam in dat gedeelte wat men het Niemandsland noemde.
Plotseling voelde ik me duizelig. Ik moest even gaan zitten.
'n Droog plekje, zonder sneeuw, vond ik tussen de boven de grond uitgegroeide wortels van een oude dennenboom.
Mijn ogen sloot ik, alles draaide om me heen.
Hoelang ik zo gezeten had, wist ik niet.
Toen ik mijn ogen opende was het eerste wat ik zag een heldere ster boven de ingang van een grot, die ik nog nooit eerder gezien had.
Ik stond op en voelde me heel licht en blij.
Langzaam liep ik naar de grot en trad binnen.
Het licht was opeens om me; als vanzelf knielde ik.
Dáár was het licht, dáár was een kind geboren.
Ik stond op en kuste het kindje vol eerbied.
De ouders gaf ik geschenken die plotseling in mijn handen lagen.
Daarna knielde ik opnieuw en ik sloot mijn ogen voor een lange tijd.
Toen ik het waagde weer te kijken, was ik alleen, zoals ieder mens doch het geluk bleef in me als een felle witte ster.
Terwijl ik opstond en wegliep, wist ik opeens welke dag het was, 25 december, en ik begreep alles? |
   
|
|
|