Olympus E-1 | Digital Camera Review | Instelmogelijkheden
De Olympus E-1 biedt een grote variatie aan instelmogelijkheden die men natuurlijk ook mag verwachten van een digitale camera van dit (prijs) niveau. Het maken van keuzes met betrekking tot de vele instellingen is gebaseerd op praktijkervaring. In de praktijk zien we dan ook met regelmaat dat een instelling van een camera af en toe nog wel eens vrij grof is en we zouden dan ook wensen dat er een verfijndere methode bestaat. Neem nu een belichtingcompensatie, een functie die op vele digitale camera's aanwezig is, maar over het algemeen een speelruimte kent van 1/3 EV bij 2 stops in de min of plus. De E-1 kent een speelruimte van 5 stops met een keuze tussen 1, 1/2 of 1/3 EV nauwkeurig, altijd handig in een situatie waarbij een nauwkeurige belichting prioriteit nummer één is. Nu is een variabele belichtingcompensatie een aardig kenmerk, maar hier moet het natuurlijk niet bij blijven. Een belangrijk wapen in het arsenaal van een digitale camera is de mate waarin deze in staat is een correcte witbalans in te stellen. De ontwerpers van de E-1 hebben alle mogelijke moeite gedaan om een correcte witbalans in elke denkbare situatie mogelijk te maken. De instellingen die de witbalansfunctie kent zijn zeer uitgebreid, alhoewel er nog wel enkele lagere Kelvin waarden kunnen worden toegepast. In eerste instantie lijken er slechts drie instellingen mogelijk te zijn ware het niet dat er meer diepgang aanwezig is. Naast de automatische witbalansinstelling kent de E-1 een zogenaamde "One-touch" witbalans. Men neme een wit vel papier en meet met de camera opnieuw de witbalans onder de lichtcondities waarin de opname moet plaats vinden, snel en efficiënt! Daarnaast kent de camera een preset white balance; een handmatige instelmogelijkheid om op exact de juiste kleurtemperatuur de witbalans in te kunnen stellen. Deze varieert van 3000, 3300, 3600, 3900, 4000, 4300, 4500, 4800, 5300, 6000, 6600 tot 7500 Kelvin (K). Deze instellingen kennen ieder een extra handmatig instelbare compensatie.
3000K – lamp
3600K – gloeilamp waarbij sfeerlicht behouden blijft
4000K – wit TL licht
4500K – neutraal TL licht
5300K – daglicht, heldere dag
6000K – daglicht, bewolkt in combinatie met flitslicht
6600K – daglicht in combinatie met TL licht
7500K – zonnige dag in combinatie met opname in schaduw
De Olympus E0-1 kan zowel automatisch scherpstellen als handmatig scherpstellen. Wat enigszins tegenvalt, is het feit dat de E-1 slechts 3 scherpstelpunten kent, voor een camera op professioneel niveau verwacht je een veelvoud van scherpstelpunten. Desalniettemin stelt de camera nauwkeurig scherp, de snelheid is prettig en direct. Het wil af en toe nog wel eens gebeuren dat bij onderwerpen zoals een luik met verticale uitlijningen een lastig onderwerp blijkt te zijn voor de scherpstelling. Ik moet zeggen dat naar mijn mening het net iets te vaak gebeurt dat de AF het hier laat afweten. De drie scherpstelpunten zijn onderling te selecteren wat handig blijkt bij studio opnamen zodat de camera op hetzelfde punt kan blijven staan.
Juist in een situatie als deze is een keuze uit meerdere scherpstelpunten gewenst! Naast de enkel beeld focus of de handmatige scherpstelling is het mogelijk de camera op continue AF in te stellen. Op deze wijze anticipeert de camera op de beweging van het onderwerp en blijft het AF punt zich concentreren op de juiste afstand tussen het onderwerp en de camera. Een bruikbare functie om de E-1 te ondersteunen in lastige scherpstelsituaties bij schemer is het aanwezige AF-hulpicht.
De camera kent natuurlijk zoals het bij een digitale reflex ook hoort te zijn een diafragma en sluitertijd voorkeuze naast de M (handmatig) en P (automaat) stand. Deze keuze wordt via de hoofdschakelaar boven op de camera uitgevoerd. Wat voor mij niet had gehoeven is de wijze waarop het middelste kleine knopje moet worden ingedrukt om een keuze te kunnen maken, onhandig en snelheidbeperkend! Waarom niet gewoon zwaar laten schakelen met een duidelijke klik in de draaiknop?
De verschillende lichtmeet instellingen van de camera bieden een optie in elke situatie. Digital ESP metering ESP, Centrumgerichte meting en spotmeting staan tot de beschikking. De test opnamen die gemaakt zijn met de E-1 laten een vrijwel vlekkeloze opnamereeks zien van goed belichte opnamen. De diverse situaties, zoals een zonnige locatie als Mallorca tot de binnenopnamen in een oud fabriekspand zijn zonder hindernissen te nemen, de Olympus E-1 staat zijn mannetje.
De ISO instellingen lopen vanaf ISO 100, 200, 400, 800 naar 1600 en 3200 ISO. De lage ISO waarden zijn zonder meer perfect, ruisarm tot en met 400 ISO, bij 800 ISO komen licht zichtbare vormen van ruis naar voren hoewel niet storend en bij de hogere ISO waarden is de ruisvorm duidelijk aanwezig. Wel moet gezegd worden dat naar mijn mening bij het gebruik van deze hogere ISO waarde de prioriteit vaak niet ligt op ruisvrije opnamen, maar op de mogelijkheid een opname te maken onder zeer moeilijke lichtsituaties. Natuurlijk zou het perfect zijn als we een 1600 ISO ruisvrij konden verkrijgen, maar het gegeven is nu eenmaal dat hogere ISO waarde verre van perfect zijn. Softwarematige nabewerking doen in dit geval vaak de wonderen!
De standaard instellingen van de Olympus E-1 geven in eerste instantie een wat 'soft' resultaat en met enige softwarematige nabewerking komt een fraaie scherpte naar voren. Het is mogelijk de camera bij het maken van een opname al direct de opdracht mee te geven scherpte, contrast of kleurverzadiging aan te dikken of juist te verminderen. Er is geen juiste instelling, er zijn vele gebruikers met vele voorkeuren. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan het schieten van RAW formaat opnamen waarbij de hoogst mogelijke kwaliteit ruw wordt opgeslagen. Goed, het kost de nodige tijd om deze beelden achteraf te bewerken, maar het resultaat is vaak verbluffend!
Bij lange belichtingstijden heeft de E-1 twee verschillende ruisonderdrukkingsystemen; allereerst de ruisonderdrukker waarbij beeldruis bij lange belichtingstijden (2 seconden of langer) via een 'black frame' methode wordt verminderd, de tweede treedt in werking bij hoge ISO waarden. Op zich een dubbele onderdrukking om de beruchte ruis getemd te krijgen. Op zich werkt dit systeem naar behoren, kleurruis is goed en de algemene ruiswaarden zijn in orde. Natuurlijk zien wij het liefst deze eigenschap helemaal verdwijnen, echter de realiteit blijft dat er (nog) steeds sprake is van ruis, ondanks alle toegepaste technieken en innovaties.
Een niet veel geziene functie die de Olympus E-1 biedt is de mogelijheid RAW bestanden naar JPEG te converteren. Dit gebeurt intern via de camera waarbij correcties op het gebied van witbalans, contrast, scherpte, etc uitgevoerd kunnen worden.
De Olympus E-1 kent zoals we altijd zien bij professionele digitale camera's geen interne flitser. Op zich had ik hem liever wel intern gezien. Natuurlijk, er wordt veelal gesproken over het feit dat een professionele camera geen interne flitser behoort te hebben, er wordt bijna minachtend over gesproken. Echter in veel situaties is het handig een klein invulflitsje bij de hand te hebben, ook onder zonnige omstandigheden en dat zijn nu juist die omstandigheden waarbij de grote externe flitser, voor het gemak, thuis blijft liggen. De marketing omtrent de E-1 hamert op professionaliteit, maar houdt de handige eigenschappen zoals compactheid en gewicht niet verborgen. Persoonlijk zou ik het extra stapje van een interne flitser weten te waarderen, maar we moeten niet vergeten dat de E-1 de eerste camera is uit het Four Thirds systeem. Ongetwijfeld zullen we binnen niet al te lange tijd een instapmodel uit het Four Thirds systeem zien, waarbij een discussie over een interne flitser niet meer aan de orde is. Op dit moment is er al een ruime keuze aan flitsers voor de E-1; FL-50, FL-40 en de compacte FL-20 flitser, maar daarnaast is er ook aandacht voor een ringflitser, twinflitser en diverse flitsaccessoires. Naast de hot-shoe op de bovenzijde van de camera kent deze ook een externe flitsaansluiting voor bijvoorbeeld studioflitsers, etc.
Op het moment van schrijven, december 2003, zijn er een 5-tal objectieven beschikbaar voor het Four-Third systeem; 11-22mm, 14-54mm, 50-200mm, 300mm en de 50mm macro met daarnaast een tussenring en een 1.4x teleconverter. Naar verwachting zal in 2004 een aantal nieuwe objectieven het licht zien, ik denk daarbij aan bijvoorbeeld een standaard objectief (25mm). Wie een vergelijking wil maken met de traditionele 35mm objectieven kan de bovengenoemde mm's vermenigvuldigen met 2x om op het equivalent van een 35mm objectief uit te komen. Een van de voordelen die met de Four Third Syteem objectieven bereikt wordt is het compacte formaat dat zich vooral doet gelden bij het 300mm objectief.
Het mag duidelijk zijn, de Olympus E-1 zal elke lastige opnamesituatie het hoofd bieden. De instelmogelijkheden zijn in ruime mate aanwezig met veel diepgang, een uitgebreide witbalans en belichting maken de cirkel rond. Toch blijft op een of andere manier het gevoel hangen dat de E-1 meer een semi-pro camera is dan een professionele camera. Aan de afwerking ligt dit zeker niet, zaken zoals histogram, resolutie en bijvoorbeeld de snelheid van beeldverwerking in serieopnamen zijn enkele zaken die neigen naar semi-pro.