Een groot voordeel van Aperture is, dat de originele bestanden onaangetast blijven. Dat merk je ook als je de beelden corrigeert. Je kunt moeiteloos een stap terug doen zonder dat er ook maar iets van kwaliteit ingeleverd wordt. Én omdat de bewerkingen in kleine bestanden worden opgeslagen en niet via een kopie van de foto zelf, blijft er veel schijfruimte vrij en kun je erg snel werken. Aperture vraagt namelijk wel wat van de processor en het geheugen. Met de nieuwste Intel Macs is dat geen enkel probleem. Op de nieuwe Apple MacBook Pro draait het programma erg snel, je hoeft niet steeds te wachten. Laat staan als je de nieuwe Mac Pro desktop computer hebt! Op een oudere Powerbook, met een 1,5GHz G4 processor, is er ook nog goed mee te werken overigens. Ik raad aan om met twee schermen te werken, dat verhoogt de productiviteit aanzienlijk. Op het ene scherm de previews, op het andere StudioDisplay de foto. In combinatie met de HUD heb je zo perfecte controle over wat je aan het doen bent. De omzetting van RAW naar TIFF levert prachtige beelden op. De laatste fijnafstemmingen op deelgebieden kun je in Photoshop nog doen. Maar als je ook gebruik maakt van iWork, zul je die stap wellicht overslaan. Of je gaat gewoon direct vanuit Aperture een mooi boek of een levendige website maken. Alles kan. Apple heeft gelijk, met Aperture wordt werken met RAW net zo eenvoudig als met JPEG.
|
|